Positiviteit in taal

positiviteit-in-taal

Communiceren doen we de hele dag door. We communiceren verbaal en non-verbaal. Je zou denken dat we dat communiceren wel een beetje onder de knie hebben, aangezien dat iets is wat je je hele leven lang al doet. Toch blijkt het uitdrukken van wat je wilt, vaak anders over te komen dan wat je bedoelt. Hier laat ik je een aantal dingen zien die je anders zou kunnen verwoorden, waardoor je boodschap net iets positiever is.

Alles gebeurd met een reden

Iets waar ik diep in geloof, is dat mensen met een bepaalde reden in je leven komen. Elke persoon kan je een les leren, elke relatie brengt je iets bij. Het is een kunst om die les ook te signaleren. Ik ben de laatste maanden erg bewust bezig met het schrijven naar mijn intuïtie, iets waar Jess Lively een goede schrijfopdracht voor heeft. De laatste weken was ik druk heen en weer aan het schrijven. Ik had de laatste tijd contact met iemand en ik wilde daar duiding uit halen. Mijn intuïtie bleef terug zeggen, dat ik een les zou leren door dit contact. En ja hoor, een week later viel het kwartje, toen ik naar een podcast van Jess Lively aan het luisteren was.

De aflevering ging over bewustere en positievere woordkeuzes en dat is precies waar deze persoon me elk keer weer bewust van maakt. Ik breng lang niet altijd de boodschap over die ik wil overbrengen. Ik gebruik het woord moeten in plaats van willen. En dat terwijl ik dat zelf nog noemde in mijn wijze lessen voor mijn dertigste.

Hoe vaak zeg je wel niet ‘Ik moet nog even langs Pietje om wat op te halen’ of ‘Ik moet even Puck een berichtje sturen.’ Zijn dit dingen die je moet doen of waar je voor kiest om dit te doen? Als ik denk ‘ik moet zo boodschappen doen’ dan maak ik het veel groter dan het is, ik ga er tegen op zien en ga het uitstellen. Wanneer ik zou denken ‘ik ga zo boodschappen doen’ dan heeft het de lading die het zou moeten hebben.

Negativiteit

Ik ben van mening dat onze communicatie vaak negatiever uitpakt, dan dat we het bedoelen. Het heeft te maken met hoe vaak we de woorden niet en maar gebruiken. Elke keer als je maar in een zin gebruikt, haalt het alles onderuit wat je daarvoor gezegd hebt. ‘We hadden een leuke dag, maar het weer had wel wat mooier gemogen.’ Het lijkt een positieve zin, omdat het over mooier weer gaat in plaats van het was slecht weer. Toch ligt de focus van die zin op het weer en niet op de leuke dag. Ik probeer heel erg op te letten hoe vaak ik maar in een zin gebruik. Vooral in schrift valt het me op.

Roze olifant

Door het woord niet te gebruiken, leg je vaak de focus van de zin op een negatief aspect. Ondanks dat je dat eigenlijk anders bedoeld. Wanneer je zegt dat iemand niet aan een roze olifant mag denken, dan zal iemand juist aan de roze olifant denken. Dat is niet zo met als je zegt dat je hoopt dat het niet gaat regenen, je focust dan op het niet regenen in plaats van dat je wilt dat de zon gaat stralen.

Er zitten nog een aantal onbedoeld negatieve zinnen standaard in onze zinnen. Ze lijken positief, maar zijn dat eigenlijk niet.

  • Ik kan niet wachten tot … -> Ik kijk erg uit naar
  • Je moet niet vergeten om … -> Denk je ook aan ..
  • Ik hoop dat het niet gaan regenen -> Ik hoop dat de zon gaat schijnen

Vooral de ‘ik kan niet wachten’ is een zin die we vaak gebruiken. Je spreekt ermee uit dat je heel erg uitkijkt naar iets, zelfs zo erg, dat je al het andere wat er tussenin zit, het liefste zal overslaan. Dat bedoel je vast niet wanneer je zegt dat je niet kan wachten tot X gebeurd. Ik zeg tegenwoordig dan ook dat ik ergens heel erg naar uit kijk. Dat is veel positiever en dekt de lading net iets beter.

Ben jij je bewust van de taalgebruik? Hoe vaak gebruik jij de woorden maar en niet?

Pin it

3 thoughts to “Positiviteit in taal”

    1. Thx, het was een fijne les om tegen te komen, op verschillende plaatsen. Ik gok dat het tijd was dat deze les écht op mijn pad kwam. En ik denk dat jij Jess ook echt fijn zal vinden om naar te luisteren! Geniet ervan

Laat een reactie achter